Wat zijn de
“verloren boeken” van het Nieuwe Testament? Is het mogelijk dat
God inderdaad boeken verloren heeft laten gaan? Of zijn deze boeken
niet verloren gegaan maar wellicht afgewezen door de vroege kerk? Gesteund door de
grotere beschikbaarheid van onderzoeksmiddelen en recentelijk ontdekte
oudheidkundige teksten (zoals de Dode Zeerollen en de bibliotheek van
Nag Hammadi), zijn veel bijbelcritici nu op een speurtocht naar nieuwe
ontdekkingen in een poging om het Nieuwe Testament en de persoon van
Jezus Christus in diskrediet te brengen. In dit hoofdstuk
zullen we deze, nu in het media zoeklicht staande, teksten onderzoeken.
Zijn er echt “verloren-en-nu-gevonden” teksten? Staan we aan de
rand van een herdefinitie van het Christendom? Of zijn deze boeken en
“evangeliën”, welke door de vroege kerk leiders werden verworpen,
inderdaad niet relevant, door latere generaties geschreven of wellicht
zelfs van anti-Christelijke bronnen? Waarom zijn deze boeken niet
in het Nieuwe Testament opgenomen?
Indien deze pas
“ontdekte” boeken inderdaad betekenisvolle spirituele inzichten
verschaffen of een serieuze historische waarde hebben, dan zou de
vroege kerk daarvan op de hoogte geweest moeten zijn. Het lijkt niet
aannemelijk om te veronderstellen dat een authentiek evangelie of een
betrouwbare brief onbekend zou zijn gebleven en niet tenminste zou
zijn overwogen als kandidaat voor de canon. Maar, waarom staan
deze geschriften niet in het Nieuwe Testament? Logischerwijs zijn er
slechts drie alternatieve verklaringen: Ze
zijn later geschreven:
De datum waarop het is geschreven is de voornaamste reden om enige
tekst niet in het Nieuwe testament op te nemen. Alle documenten in de
canon zijn tijdens het leven van de apostelen geschreven, in principe
allemaal voor 90 AD, maar zeker niet later dan het jaar 100 AD. Vele
authentieke Christelijke geschriften (zoals de eerder uitgebreid
besproken en vaak aangehaalde correspondentie van de leiders van de
vroege kerk) zijn niet in de canon omdat ze te laat zijn geschreven en
daarom te ver verwijderd zijn van de generatie van ooggetuigen. Een
paar bijbelgeleerden betogen dat sommige boeken van het Nieuwe
Testament ook later zijn geschreven, maar dit is slechts de mening van
een minderheid en dit wordt niet ondersteund door objectieve
informatie. De vier evangeliën, Handelingen en de brieven van Paulus
voldoen allemaal zonder moeite aan dit criterium. Derhalve kunnen
“verloren boeken” die niet gedateerd zijn in de eerste eeuw nooit
gelijk zijn in betekenis en autoriteit als de boeken die wel in het
Nieuwe Testament zijn opgenomen. Ze
zijn niet van een apostolische bron:
Zelfs als een document getraceerd kon worden naar de eerste eeuw dan
zou het ook moeten voldoen aan een tweede criterium: de schrijver
moest nauw betrokken zijn geweest bij Jezus of een van de apostelen.
Dit was immers de enige manier waarop waarheidsgetrouwe informatie
zeker gesteld kon worden en mythen en legenden (of zelfs ketterijen)
vermeden konden worden. Het epistel van Clemens van Rome aan de kerk
in Korinte bijvoorbeeld werd uiteindelijk om deze reden verworpen voor
de canon. Dit epistel is zeker authentiek maar niet geschreven door
iemand die zelf dicht genoeg bij Jezus was geweest. Ze
werden als niet relevant of als ketterij beschouwd:
Zelfs als een document dateerde van de eerste eeuw en was geschreven
door iemand dicht bij Jezus, dan zou het nog zijn verworpen indien het
als irrelevant of als ketterij was beschouwd. Documenten in deze
categorie verdienen serieuze aandacht omdat ze wellicht nieuwe
informatie bevatten en/of door de eeuwen heen (opzettelijk) zijn
weggestopt. De
apostelen waarschuwden voor valse getuigenissen Al gedurende het leven van de apostelen staken valse getuigenissen over
Christus en het evangelie de kop op in de jonge Christelijke
gemeenschap. Expliciete waarschuwingen tegen ketterij kunnen worden
gevonden in de teksten van Lucas, Paulus en Johannes: “Zo
hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de
Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te
weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Want dit
weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die
de kudde niet sparen. En uit uzelven zullen mannen opstaan,
sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter
zich” (Afscheidspreek
van Paulus aan de ouderlingen van de kerk in Efeze, Handelingen
20:28-30). “Daar
er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het
Evangelie van Christus willen verkeren. Doch al ware het ook, dat
wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten
hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij te
voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een
Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij
vervloekt”
(de woorden van Paulus in de opening van zijn brief aan de kerken in
Galatië, Galaten 1:7-9) “Geliefden,
gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij
uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.
kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus
Christus in het vlees gekomen is, die is uit God; En alle geest, die
niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit
God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij
gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld”
(1 Johannes 4:1-3). Onder de eerder
genoemde correspondentie van de vroege kerk leiders circuleerden
talrijke teksten met aanspraken op apostolische autoriteit, maar de
meesten waren overduidelijk onecht. Er verschenen zelfs zoveel van dit
soort documenten dat je kon spreken van een “apocriefe
drukkerij”. De meeste van deze documenten zijn waarschijnlijk
geschreven door goedbedoelende gelovigen die probeerden de “gaten”
in het Nieuwe Testament op te vullen. Bijvoorbeeld het welbekende Jeugd
Evangelie van Thomas (Engels: “Infancy
Gospel of Thomas”) uit de tweede eeuw beschrijft Jezus in Zijn
kinderjaren. Verhalen zoals het Evangelie van Nicodemus (waarschijnlijk
derde eeuw), de Handelingen van Johannes (tweede tot derde eeuw), de
Handelingen van Petrus (einde van de tweede eeuw) en de Handelingen
van Paulus (tweede tot derde eeuw)[1]
beschrijven allemaal fictieve maar wonderbaarlijke avonturen van de
apostels Johannes, Petrus en Paulus.
Deze “apocriefe drukkerij” verhalen zijn zelden serieus in
overweging genomen. Ze hebben goedgedocumenteerde late datums en de
zwaar overdreven verhalen diskwalificeren ze nagenoeg onmiddellijk. We zullen eerst
het begrip gnosticisme definiëren wat alom wordt beschouwd als de
meest overheersende alternatieve denkwijze in de tijd van de vroege
kerk. Daarna zullen we de bron en achtergrond van veel van de recent
ontdekte teksten, de Nag Hammadi verzameling, verder bespreken. Lees meer over: ((2) Gnosticisme, gnostiek en de gnostische beweging [1] Voor de teksten van deze apocriefe boeken zie bij voorbeeld Willis Barnstone, The Other Bible (1984). |
||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |