De gekruisigde man van
Giva’at ha-Mitvar
Historici schatten
dat er tijdens de overheersing van het Romeinse Rijk mogelijk wel
100.000 mensen zijn gekruisigd. Kruisiging was de voorkeursmethode van
executie voor de Romeinen omdat de weerzinwekkende lange doodstrijd de
onderdrukte bevolking met maximale afschuw en angst vervulde. Alleen
al gedurende het beleg van Jeruzalem in 70 AD werden er volgens
Josephus duizenden Joden (soms wel 500 op een dag gedurende meerdere
maanden) door het Romeinse leger langs de muren van Jeruzalem
gekruisigd.[1] In 1968 werd op een oude begraafplaats bij Giva’at ha-Mitvar, vlak bij de weg naar Nablus net buiten Jeruzalem, een graf met 35 lichamen ontdekt. De meeste mensen waren een gewelddadige dood gestorven tijdens de opstand tegen de Romeinen in 66-70 AD. Een van de mannen was Yohanan Ben Ha’galgol (Yehohanan, zoon van Hagakol) genaamd. Hij was ongeveer 1.65 lang en tussen de 24 en 28 jaar oud. Hij had een gespleten gehemelte en een 20 centimeter lange spijker was door zijn beide voeten geslagen. Zijn voeten waren naar buiten gedraaid, zodat de vierkante spijker door de hiel gehamerd kon worden, net door de Achilles pees. Dit zou zijn benen naar buiten geduwd hebben zodat hij ze niet zou kunnen gebruiken om zichzelf aan het kruis te ondersteunen. De spijker was door een houten keg, daarna door de hielen gegaan om tenslotte in een olijfhouten balk te worden geslagen. Er was ook bewijs dat vergelijkbare spijkers tussen de beide beenderen van elke onderarm geslagen waren geweest. Hierdoor waren de bovenste beenderen glad geschuurd omdat het slachtoffer zichzelf herhaaldelijk moest ophijsen om te ademen (ademhaling wordt moelijker als beide armen zijn opgeheven). Kruisigingslachtoffers moesten zich optrekken om ademhalen mogelijk te maken, as ze te zwak werden om dit nog te doen, dan stierven ze door verstikking. [2]
Door
het breken van de benen werd de dood bespoedigd omdat het slachtoffer
niet langer in staat was zichzelf op te drukken om te kunnen ademen. Diverse critici
accepteren het feit dat Jezus was gekruisigd maar beweren dat Zijn
lichaam na de kruisiging was opgegeten door wilde dieren of in een
gemeenschappelijk graf was gegooid. Zij beweren dat dit de Romeinse
procedure was en dat daarom de begrafenis door Jozef van Arimathea (zoals
beschreven in alle evangeliën) complete fantasie is. Deze critici
volharden dat dit verklaart waarom Jezus’ lichaam nooit meer werd
gevonden. Het lichaam van de man Yohanan geeft feitelijk bewijs dat
deze theorie onjuist is. Het feit dat hij was gekruisigd door de
Romeinen en vervolgens was begraven volgens Joodse traditie toont dat
het weldegelijk mogelijk is dat Jezus’ lichaam zoals beschreven in
het Nieuwe Testament werd begraven.
[1] Josephus , Flavius; Whiston, William: The Works of Josephus (1987), The Wars of the Jews, 5.449. [2]
Meerdere bronnen: [3]
Gary R Habermas
, The Historical Jesus (1996), pages 173-175, refererend naar
|
||||||||||||||||||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |