Wat kunnen we verwachten?
De moderne
technologie heeft ons een grote hoeveelheid werktuigen ter beschikking
gesteld om de historische betrouwbaarheid van de Heilige Schrift te
onderzoeken:
- Geschiedenis:
Met behulp van diverse bronnen, die van buiten de Bijbel komen,
kunnen we veelal met een indrukwekkende nauwkeurigheid een
tijdlijn van vroegere gebeurtenissen reconstrueren. We kunnen de
data van keizer- en koninkrijken, heersers en veldslagen, alsmede
ontdekkingen en uitvindingen, vroegere technologieën en
oudheidkundige economieën vastleggen. Hiermee kunnen we bepalen
of de Bijbelverhalen in het politieke klimaat en/of in voor die
die tijd gebruikelijke gewoonten en gebruiken, zoals de prijs van
een slaaf of de prijs van het slijpen van ploegmessen “passen”.
- Archeologie:
Zorgvuldig gedane opgravingen op wijdverspreide locaties hebben
steden, structuren en stadsmuren, die in de Bijbel worden genoemd,
bevestigd. Kunstwerken en documenten uit vroege perioden helpen
bij de evaluatie van zowel geschiedenis als de Bijbelse
geschriften.
- Andere ondersteunende wetenschappen:
Een aantal andere takken van de wetenschap ondersteunt onze
vondsten uit geschiedenis en archeologie. Deze wetenschappen zijn
o.a. geologie (om gebeurtenissen die op grote schaal voorkwamen te
dateren), radiometrische datering (om de leeftijd van documenten
en kunstwerken vast te stellen), tekstuele analyse (om de
achtergrond en de inhoud van een document te analysen), enzovoort.
Deze verschillende
werktuigen geven ons een solide basis om effectief het onderzoek te
kunnen verrichten, maar we mogen de limieten van dit soort research
nooit uit het oog verliezen. In vele gevallen is dit geen objectieve
wetenschap, maar vraagt het veel subjectieve uitleg en creatieve
oplossingen voor het compleet maken van
puzzels wanneer er slechts een aantal puzzelstukjes aanwezig
zijn:
- In
tegenstelling tot het terrein van de exacte wetenschappen kunnen
historische processen niet opnieuw
in een laboratorium worden geschapen. Oudheidkundigen en
geschiedkundigen kunnen, vaak pas na vele jaren, alleen het bewijs
wat is achtergebleven onderzoeken en uitleggen. Nieuwe
ontdekkingen kunnen vele “comfortabele” (reeds bestaande)
conclusies omvergooien.
- Uitleg
van archeologisch bewijs hang af van de verwachting van de
onderzoeker en zijn levensovertuiging. Iemand die in de Bijbel
geloofd zoekt voor bewijzen die dit bevestigen en legt alle
vondsten binnen dat perspectief uit. Vele onderzoekers staan
onomwonden sceptisch tegenover de Heilige Schrift en staan
vijandig ten opzichte van haar kijk op de wereld. Zij kunnen in de
verleiding worden gebracht om conclusies te trekken die de
Bijbelgeschriften in opspraak zullen brengen.
- Er
zijn duizenden documenten ontdekt, zelfs hele archieven, maar een
schrikbarende hoeveelheid materiaal is verloren gegaan. De
beroemde bibliotheek in Alexandrië, Egypte
bijvoorbeeld, was eens in het bezit van meer dan een
miljoen codices en manuscripten; helaas zijn allen vernietigd
tijdens een brand in de zevende eeuw.
- Tenslotte,
alles wat we vinden kan alleen maar (details van) de
Bijbelverhalen bevestigen. We kunnen ze nooit als een vaststaand
feit bewijzen en ook kunnen deze ontdekkingen niet bewijzen dat de
Bijbel door God is geïnspireerd.
De kracht van
archeologisch en geschiedkundig onderzoek ligt niet alleen in de
mogelijkheid om de accuraatheid van de Bijbel te bevestigen. Het
gebrek aan enig bewijs dat toont dat de verhalen uit de
Bijbel onwaar zijn is een veel grotere bijdrage aan de
geloofwaardigheid van de geschriften.
Lees meer over:(2)
Bewijsstuk # 15; Oude Testament archeologie
|